Presentie

Inloopcentrum Markt 17 is opgezet vanuit de presentiebenadering. Het presentie-denken bestaat al zo’n 70 jaar binnen de kerken. In de presentiebenadering gaat het om er zijn voor de ander, veel meer dan het oplossen van problemen. Het draait om een goede en nabije relatie,  om zorg, om waardigheid van de ander. Dit alles op een manier van werken die ruimte geeft aan wat zich niet laat maken of afdwingen.

De presentie benadering staat ook centraal in een cursus die wordt aangeboden aan mensen die als gastheer of gastvrouw in Markt 17 aan de slag willen. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van cursusmateriaal dat is ontwikkeld door het Netwerk DAK en het Stiltecentrum Hoog Catherijne. De presentiebenadering  kent acht belangrijke kenmerken en vaardigheden:

1. Vrij zijn voor:

Je op het leven van de betrokkene te richten.  De ander bepaalt wat op de agenda staat en wat aan bod komt. Geen fixatie op problemen, verborgen bedoelingen of vooringenomenheid.

2. Openstaan voor:

Zich wenden naar de ander. De ander is de richting van je kijken. Je probeert je vooroordelen, distantie, angst, gelijkhebberij aan de kant te zetten.

3. Een aandachtige betrekking aangaan:

Via gesprekken over het leven van alle dag. Dat geeft de mogelijkheid om bij het leven van bezoekers betrokken te raken. Uit de verhalen van de bezoekers leer je de leefwereld kennen. Soms kan er geholpen worden met kleine zaken, maar het gaat om de hele mens. Je bent daarom ontvankelijk en gevoelig voor alle signalen die de ander uitzendt. Zo kan je ook ervaren wat de ander jou kan leren. Er is wederkerigheid.

4. Aansluiten bij het bestaande:

door wat de ander aan de orde stelt wordt de agenda bepaald. En…zoals de ander het aan de orde stelt. Het verhaal wordt niet kleiner gemaakt, of onteigend. Het verhaal is zoals de ander dat beleeft. Je voegt je in de leefwereld van de ander.

5. Perspectiefwisseling vanuit:

het perspectief van de ander leer je de wereld waar te nemen. Door goed te luisteren probeert je te begrijpen welke betekenis de werkelijkheid voor iemand heeft. Daarbij leer je ook wat de ervaren betekenis van allerlei bureaucratische regels en protocollen betekent voor de ander. Je bent solidair.

6. Je aanbieden door:

Je eigen mogelijkheden aan te bieden in het netwerk van de ander. Je instrumentele mogelijkheden: taalvaardigheid, assertiviteit, kennis van zaken, toegang tot geld en macht, wegwijs in de wereld van welzijn en zorg. Interventie is dus wel mogelijk maar staat niet voorop als oplossingsgericht model vanuit het kijken van de werker. Je kan ook gaten vullen in het sociale netwerk van de ander. Je kan ook een voorbeeld zijn van andersoortig staan in het leven, een tegen verhaal, een ruimere kijk, geduld om te luisteren, een uitbreiding van mogelijkheden, van taal en van zin.

7. Geduld en tijd hebben:

Door in principe ongehaast te zijn, neem zelf de tijd en gun de ander de tijd. Daarbij hoort een open agenda. Niet ingevuld door allemaal afspraken, maar de mogelijkheid om in te breken wanneer dit voor de ander nodig is. Het gaat ook niet om een fasegewijze opbouw van een plan van ingrijpen, maar door trouw en positieve ervaringen. Je kan een bezoeker ondersteunen en condities zo mogelijk verbeteren.

8. De trouwe toeleg:

Maakt dat je betrouwbaar en trouw bent. De aandacht hoeft niet verdiend te worden en kan ook niet makkelijk verspeeld worden. De waarde van de trouwe betrokkenheid kan ook in relatie gezien worden met dingen die niet te verhelpen zijn, zoals gemis, ziekte en het  ondergaan van leed. Wel kan trouwe betrokkenheid nog altijd betekenisvol zijn.

Zie voor meer informatie het document Kenmerken van de presentiebenadering van het Netwerk DAK.